Nickerie, vrijdag 14 januari 2005
Ex-legerofficier ontkent betrokkenheid Decembermoorden
door Ivan Cairo
PARAMARIBO — Ex-legerofficier Edgar Ritfeld ontkent elke betrokkenheid bij de moord op vijftien tegenstanders van het militair bewind in december 1982. Door het Openbaar Ministerie wordt de voormalige luitenant gerekend tot de groep verdachten die rond 8 december de fatale schoten heeft gelost. Hij kreeg op 22 december vorig jaar, nadat het gerechtelijk vooronderzoek in deze zaak werd afgesloten, een kennisgeving van verdere strafvervolging van auditeur-militair S. Mohamedamin.
Aangezien hij nu tot de beulen van 8 december wordt gerekend, zegt Ritfeld het stilzwijgen wel te moeten verbreken, daar deze kwestie die onlangs ook in de media verscheen, zijn reputatie aantast. "Ik heb part noch deel aan deze moorden en heb daarom vanaf het begin geweigerd een advocaat in de arm te nemen. Ik was niet bereid geld te geven voor iets waar ik geen deel aan heb gehad," zegt hij aan dWT. Nu denkt de gewezen militair daar wel anders over. Hij zegt nu wel te overwegen een advocaat te nemen, omdat "ik voel dat mijn leven nu in gevaar is en mijn reputatie eraan gaat."
Volgens Ritfeld is hij in feite "vogelvrij" verklaard nadat ene Henk Kotzebue, nog voordat het gerechtelijk vooronderzoek (gvo) goed en wel was aangevangen, in een radio-interview zijn naam in verband had gebracht met de Decembermoorden. Uit de dossiers die werden samengesteld tijdens het gvo, blijkt uit passages van publicaties van een Nederlandse mensenrechtenorganisatie, dat Ritfeld samen met een andere officier het latere slachtoffer Soerindre Rambocus uit de gevangenis zou hebben gehaald en zou hebben overgebracht naar het Fort Zeelandia. De moorden werden naar verluidt in het fort gepleegd. Volgens Ritfeld is nu nog makkelijk te onderzoeken welke personen Rambocus toen uit de gevangenis hebben gehaald en zal duidelijk worden, dat hij daarbij niet betrokken was. Ook is hij ten tijde van de moorden niet in het Fort Zeelandia geweest.
Wel zegt hij in de nacht van 7 of 8 december 1982, zeker weten doet hij niet, zich naar de Memre Buku Kazerne te hebben begeven, kort nadat er in de stad was geschoten. Hij had eerst geïnformeerd of de knallen uit het kamp afkomstig waren, maar kreeg daarop een negatief antwoord. Achteraf zegt Ritfeld zich te realiseren dat de schoten waarschijnlijk waren gelost bij de woning van de toen ook vermoorde André Kamperveen, toen hij door militairen werd opgehaald. De ex-officier woonde toen niet ver van Kamperveen. Onmiddellijk na aankomst in de kazerne werd hij evenals alle andere militairen geconsigneerd.
Ritfeld zegt in de loop van de dag te hebben vernomen dat een aantal personen was doodgeschoten, toen militairen één voor één van Fort Zeelandia terugkwamen naar het kamp. Toen de legerleiding nog dezelfde dag de officieren bij elkaar riep en hen over de situatie inlichtte en de namen van de slachtoffers opnoemde, "was het een huilbui onder de officieren", weet Ritfeld. Hij legt verder uit, dat eind december ‘82 alle officieren door de legerleiding in het kamp bijeen werden geroepen. Een aantal aanwezige officieren kreeg te horen dat ze onmiddellijk het kamp moesten verlaten. Ze mochten met behoud van salaris thuisblijven. Ritfeld zegt staande die ontmoeting onmiddellijk kenbaar te hebben gemaakt uit het leger te stappen. Zijn voorbeeld werd gevolgd door luitenant Clydesdale. Begin januari maakte het Nationaal Leger bekend, dat een twaalftal officieren als gevolg van een intern reorganisatieplan elders zou worden ingezet met behoud van salaris en emolumenten. "Ik ben eruit gestapt. Voor mij was de kous af," zegt Ritfeld. Hij zegt desgevraagd de moorden ook niet te hebben zien aankomen. De ex-legerofficier is tijdens het gerechtelijk vooronderzoek twee keer gehoord.
| Bron: | |
|
|
,14-01-2005 |
|
|
E-mail: info@nickerie.net
Copyright © 2005. All rights reserved.
Designed by Galactica's Graphics