Nickerie, maandag 31 januari 2005
|
Ontwikkelingssamenwerking NL - SME |
|
www.nickerie.net |
Nederland en Suriname klaar voor nieuwe relatie
PARAMARIBO (ANP) - De Nederlandse en Surinaamse ministers van Ontwikkelingssamenwerking hebben vrijdag in Paramaribo twee sectorplannen op het gebied van landbouw en onderwijs ondertekend. Het was het sluitstuk van beleidsoverleg in de Surinaamse hoofdstad.
Met de uitvoering van projecten in de beide sectoren is een bedrag van ongeveer 28 miljoen euro gemoeid. Minister Van Ardenne en haar Surinaame collega Raghoebarsing zeggen dat beide landen klaar staan voor een nieuwe relatie.
Het afbouwen van de Nederlandse ontwikkelingshulp aan Suriname en het vorm geven aan een nieuwe relatie waren de voornaamste gesprekspunten. De sectorale benadering waarvoor twee jaar geleden werd gekozen, is volgens Raghoebarsing een aanzet tot de nieuwe relatie. Hij benadrukte dat Suriname zijn eigen beleid wil voeren.
Van Ardenne vindt het een heel goed streven dat Suriname en Nederland de oude relatie binnen vijf jaar willen afbouwen. ,,De betrekkingen mogen echter niet inboeten aan kwaliteit'', zei de bewindsvrouw.
Verdragsmiddelen
In de bilaterale betrekkingen heeft tot nu toe de besteding van de verdragsmiddelen centraal gestaan. In 1975, toen Suriname onafhankelijk werd, heeft Nederland een bedrag van ruim 1,5 miljard euro toegezegd. Hiervan is nu ongeveer 80 procent uitgegeven. Ook al zou Suriname er niet in slagen binnen vijf jaar de resterende 20 procent te besteden, dan blijft het beschikbaar, zei Van Ardenne.
Van Ardenne en Raghoebarsing hebben ook gesproken over de bestrijding van HIV/aids in Suriname. De Nederlandse minister zei zich zorgen over de preventie. In Suriname is officieel circa 2 procent van bevolking besmet met het virus of is al ziek, maar vermoedelijk ligt het percentage hoger.
Volgende maand zal een delegatie van de Tweede Kamer Suriname bezoeken. De Tweede Kamer zal in maart of april een debat wijden aan de relatie tussen Nederland en Suriname.
| Bron: | |
| ANP | , 29 januari 2005 |
26 januari 2005
Minister Van Ardenne bezoekt Suriname
Den Haag - Op uitnodiging van de Surinaamse minister Raghoebarsing van Planning en Ontwikkelings-samenwerking bezoekt minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking van 27 tot en met 31 januari Suriname. Dit bezoek staat in het teken van de afbouw van de brede ontwikkelingsrelatie Nederland-Suriname, waarover minister Van Ardenne zal spreken met de Surinaamse President Venetiaan en met haar collega minister Raghoebarsing.
Op zondag 30 januari zal de Nederlandse minister de bisschopswijding van mgr. Willem A.J.M. de Bekker tot derde Bisschop van Paramaribo bijwonen.
Met de beleidsnotitie ‘Een rijke relatie – Suriname en Nederland, heden en toekomst’ kiest Nederland voor een ontwikkelingsrelatie met Suriname die op nieuwe leest wordt geschoeid. Inmiddels is over deze notitie in Suriname zowel op politiek als maatschappelijk niveau gesproken. Minister Van Ardenne zal met haar collega Raghoebarsing spreken over hoe die afbouw verder gestalte te geven.
Suriname heeft inmiddels zelf concrete plannen gereed voor ontwikkeling van de landbouw- en de onderwijssector, waarvoor Nederland in het kader van het bestaande verdrag geld beschikbaar stelt. Beide ministers verwachten hiervoor vrijdag de overeenkomsten te kunnen tekenen.
Suriname is
potentieel een rijk land dat voor zijn
ontwikkeling toegang heeft tot de
internationale kapitaalmarkt. Een land
ook dat zich niet langer exclusief zal
richten op Nederland als het gaat om
handel en bedrijvigheid, maar ook
handelsbetrekkingen aan gaat in de eigen
regio. Nederland wil de handels- en
investeringsrelaties met Suriname
stimuleren door de gebruikelijke
regelingen voor investeringen van
bedrijven (PSOM en ORET) in
ontwikkelingslanden ook van toepassing
te verklaren voor Suriname. Beide
ministers zullen voor de PSOM-regeling
een gezamenlijke verklaring tekenen.
| Bron: | |
| N.Net/Buza | ,26 januari 2005 |
31 augustus 2004
AFBOUW ONTWIKKELINGSHULP AAN SURINAME
Den Haag - Nederland en Suriname zijn het tijdens het jaarlijkse beleidsoverleg eens geworden over de afbouw van de brede ontwikkelingshulp aan Suriname. Het Nederlandse kabinet streeft naar afbouw in vijf jaar.
De Nederlandse minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) en de Surinaamse minister Raghoebarsing (Planning en Ontwikkelingssamenwerking) zijn het eens over de afbouw van de brede ontwikkelingsrelatie. Over de duur en de voorwaarden worden nog voor het eind van dit jaar verdere afspraken gemaakt.
Over de verdeling van de resterende schenkingsmiddelen aan Suriname (ruim 110 miljoen euro) is overeenstemming bereikt. Het geld gaat naar huisvesting, onderwijs, de agrarische sector, gezondheidszorg, milieu en goed bestuur (inclusief rechtsbescherming en veiligheid). Over de inzet van pariteitsmiddelen (gelden voor programma's waarvan de kosten worden gedeeld) wordt nog overlegd.
De beide ministers tekenden eveneens een overeenkomst waarmee 15,9 miljoen euro uit de schenkingsmiddelen beschikbaar komt voor urgente drinkwaterprojecten. 3,2 miljoen euro uit de schenkingsmiddelen gaat naar het Surinaamse Natuurbeschermings Fonds.
Zakelijk en
betrokken
De beide ministers gaan zich ook
inzetten voor de verbetering van het
ondernemers- en investeringsklimaat in
Suriname. Van Ardenne: 'Nederland en
Suriname hebben veel met elkaar gemeen.
Dat moeten en willen we niet
doorstrepen. Daarbij spelen naast de
overheid ook het bedrijfsleven en het
maatschappelijk middenveld een
belangrijke rol.'
Het Nederlandse kabinet wil dat de toekomstige relatie met Suriname vooral zakelijk en betrokken is, gebaseerd op heldere afspraken en overeenstemming over te bereiken doelen. Wederzijdse belangen - zoals drugs- en criminaliteitsbestrijding, mensenhandel, milieu, handel en defensie - vormen de kern in de nieuwe betrekkingen.
| Bron: | |
| N.Net | ,31 augustus 2004 |
4 juni 2004
SAMENWERKING SURINAME EN NEDERLAND VERNIEUWD
De samenwerking tussen Nederland en Suriname wordt vernieuwd. De huidige exclusieve ontwikkelingsrelatie wordt in vijf jaar afgebouwd. In de toekomst staan de wederzijdse belangen centraal.
Dat staat in de beleidsnotitie 'Een rijke relatie - Suriname en Nederland, heden en toekomst', die de ministerraad heeft vastgesteld. In de notitie reageert het kabinet op het rapport Lessons Learned, dat volgens het kabinet een 'helder beeld' geeft van de relatie tussen Nederland en Suriname sinds de onafhankelijkheid in 1975.
De toekomstige relatie met Suriname zal vooral zakelijk en betrokken zijn, gebaseerd op heldere afspraken en overeenstemming over te bereiken doelen. Wederzijdse belangen, zoals drugs- en criminaliteitsbestrijding, mensenhandel, milieu, handel en defensie, vormen de kern in de nieuwe betrekkingen.
Het kabinet stelt dat Suriname een potentieel rijk land is dat voor financiering van zijn ontwikkeling toegang heeft tot de internationale kapitaalmarkt. Gezien het inkomen per hoofd van de bevolking in Suriname wordt de huidige exclusieve ontwikkelingsrelatie tussen Suriname en Nederland in vijf jaar tijd afgebouwd. Het kabinet benadrukt dat Nederland goede betrekkingen met Suriname zal blijven onderhouden.
Financiering
In het onafhankelijkheidsverdrag uit
1975 zegde Nederland 1,59 miljard euro
toe voor de ontwikkeling van Suriname.
Het bedrag dat hiervan nog openstaat
(totaal 282 miljoen euro), wordt besteed
aan goed bestuur, onderwijs,
gezondheidszorg, landbouw, milieu en
huisvesting.
Van het nog openstaande bedrag betreft 146 miljoen euro een schenking. Voor de overige 136 miljoen euro geldt dat tegenover de uitgave van elke Nederlandse euro een euro van Surinaamse zijde moet staan. Volgens het kabinet is het hiervoor noodzakelijk dat Suriname snel werk maakt van hervorming van de overheid in combinatie met plannen voor werkgelegenheid en economische ontwikkeling.
Minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) overlegt eind juni met haar collega uit Suriname over de beleidsnotitie van het kabinet.
Ministerie Buitenlandse Zaken - Nederland
Samenwerking Nederland-Suriname: voortgaan op ingeslagen weg
Den Haag - Het lessons learned-rapport dat Nederland samen met Suriname heeft opgesteld is zeer waardevol. Dat zegt Minister van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) in een reactie op het rapport Een belaste relatie, 25 jaar ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname 1975-2000, dat voorzien van een adviesrapport van een Surinaams-Nederlandse referentiegroep aan de Tweede Kamer is aangeboden.
Het rapport vormt een ondersteuning van de sinds 2000 ingeslagen weg in de samenwerking tussen de beide landen. Bij de hervatting van de hulprelatie in dat jaar besloten beide landen af te stappen van de weinig succesvolle projectmatige aanpak en over te gaan naar de uitvoering van geďntegreerde programma’s per sector, waarvoor Suriname zelf de prioriteiten stelt.
Het rapport, dat Van Ardenne typeert als “een kritisch en nuttig rapport met waardevolle conclusies”, is een gezamenlijk Surinaams-Nederland product, opgesteld door prof.D. Kruijt (Universiteit Utrecht) en mevrouw ir. M. Maks (Suriname). Het doel van het rapport is om lessen te trekken uit het verleden. Ook dient het ter ondersteuning van de nieuwe wijze van samenwerken sinds de hervatting van de hulprelatie.
Het rapport signaleert een aantal tekortkomingen aan zowel Surinaamse als Nederlandse zijde, die in de onderzochte periode tot weinig duurzame resultaten hebben geleid. Zo is de hulp als gevolg van politieke ontwikkelingen drie keer opgeschort. Er waren meningsverschillen over de richting waarin in ontwikkelingen in Suriname moesten gaan. Ook van invloed waren de institutionele zwakte in Suriname, de verslechterende economische situatie tot 2000 en het gebrek aan inzichtelijkheid en duidelijkheid over gemaakte afspraken.
De conclusies schetsen de randvoorwaarden waaraan de toekomstige relatie moet voldoen. Zo zal wederzijds belang voorop komen te staan in de relatie tussen Suriname en Nederland. Nederland zal zijn verplichtingen, zoals vastgelegd in de verdragen van 1975 en 1992, blijven nakomen. Tegelijkertijd zal er meer aandacht komen voor de verdere verankering van de democratie en voor versterking van de rechtsstaat, mede met het oog op de bestrijding van drugscriminaliteit. Verder zullen Nederland en Suriname ernaar streven de hechte banden tussen hun samenlevingen uit te bouwen tot partnerschappen tussen het maatschappelijk middenveld, lokale overheden en bedrijfsleven.
In het voorjaar komt Van Ardenne met een beleidsnotitie waarin de relaties tussen Suriname en Nederland aan de hand van de conclusies van het rapport verder worden uitgewerkt.
| Bron: | |
| www.Nickerie.Net | , 6 februari 2004 |
|
|
E-mail: info@nickerie.net
Copyright © 2005. All rights reserved.
Designed by Galactica's Graphics