Nickerie.Net, maandag 11 juli 2005  


Aandringen voor tweede luchtvaartmaatschappij bij Suriname niet opportuun

Geplaatst: 09/07/2005

Paramaribo - Op verzoek van het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW), stemde Suriname in met consultaties over de implementatie van de maatregelen zoals vervat in het Addendum bij het Memorandum of Understanding (MOU), van 29 april 2005, te weten het mogelijk maken van de aanwijzing van een tweede lijndienstmaatschappij op de route Paramaribo-Amsterdam. Het Addendum voorziet namelijk in de aanwijzing van een tweede lijndienstmaatschappij op de route binnen twee jaar, indien de overheden van mening zijn dat de KLM en de SLM in onvoldoende mate zijn tegemoetgekomen aan de vraag naar lagere tariefklassen en meer capaciteit. In een brief aan de Tweede Kamer maakt de minister van VeW, Melanie Schultz van Haegen, het resultaat van de bespreking met Suriname kenbaar.

Volgens de bewindsvrouw is haar beleid erop gericht de luchtvaartrelatie met Suriname te liberaliseren, met als doel verbetering van de dienstverlening tegen concurrerende tarieven. Hoewel Suriname vasthield aan de bestaande overgangstermijn van twee jaar, alvorens de aanwijzing van meerdere luchtvaartmaatschappijen mogelijk te maken, werden door middel van de afspraken uit het Addendum toch mogelijkheden gecreëerd om reeds in de overgangsfase in extra concurrentie op de route Amsterdam-Paramaribo te voorzien. Op basis van de contacten tussen VenW en het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) ontstond het beeld dat de Suriname luchtvaartautoriteiten dezelfde conclusies trokken als de Nederlandse, namelijk dat de voorstellen van de SLM en de KLM onvoldoende overtuigden. Daarmee kwam de weg vrij voor de overheden om gebruik te maken van de mogelijkheden uit het Addendum om halverwege de overgangstermijn een tweede lijndienstmaatschappij aan te wijzen. Tijdens de besprekingen tussen VenW en TCT in december 2004 bleek het evenwel niet mogelijk hierover een overeenstemming te bereiken. TCT liet aan de Nederlandse delegatie weten dat er wijzigingen waren opgetreden in de financiële omstandigheden van de SLM, welke maakten dat er met enige behoedzaamheid gemanoeuvreerd diende te worden. In het licht hiervan achtte de Surinaamse overheid het niet in haar belang om binnen de overgangstermijn al concurrentie op de route mogelijk te maken.

De Surinaamse onderhandelingsdelegatie liet bovendien weten dat de SLM alsnog verbeterde voorstellen inzake tarieven en capaciteit bij TCT had ingediend en dat geconstateerd werd dat er een zekere mate van tevredenheid over de gehanteerde tarieven en de inzet van capaciteit viel waar te nemen. Dit laat onverlet dat beide landen opnieuw het belang van de vrije marktwerking, zoals voorzien per 1 mei 2006, hebben onderschreven. In het licht van bovenstaande acht de Nederlandse overheid het niet opportuun om bij de Surinaamse autoriteiten te blijven aandringen op de mogelijke aanwijzing van een tweede luchtvaartmaatschappij in de overgangsfase. In de MOU is reeds voorzien dat per 1 mei 2005 er vanuit ieder land twee chartervluchten per week mogen worden uitgevoerd. Echter is van deze mogelijkheid tot nu toe geen gebruik gemaakt. Daarnaast hebben de SLM en de KLM de capaciteit inmiddels uitgebreid van vijf naar zes vluchten per week en wordt een groter deel van de beschikbare stoelen in de lagere tariefklassen aangeboden.

Bron/Copyright:

Dagblad Suriname

,11-07-2005

WWW.NICKERIE.NET

E-mail: info@nickerie.net

Copyright © 2005. All rights reserved.

Designed by Galactica's Graphics