Nickerie.Net, zaterdag 16 juli 2005  


Participanten Cotonou steken hand in eigen boezem

Brussel - Het klonk zo goed in juni 2000, toen 15 Europese en 77 ACP-landen samen de Cotonou-overeenkomst tekenden. Na lang vooroverleg was er een formule gevonden, waarmee de EU/ACP-ontwikkelingssamenwerking een beter resultaat zou krijgen, namelijk door de bevordering van actieve participatie van non-state actors (werkgevers- en werknemers-organisaties, het midden- en kleinbedrijf en de NGO's, vrouwen, milieu, jeugd, lokaal bestuur, e.d.) in het ontwikkelingsgebeuren. Het vorige samenwerkingsverband, zoals geregeld via de opeenvolgende Lomé-overeenkomsten, leverde niet het verwachte resultaat op.

Nu, vijf jaar later, moet helaas geconstateerd worden dat de nieuwe formule weinig resultaat heeft geoogst. Het is ver beneden de verwachtingen gebleven. Er is geen capaciteit van de partners opgebouwd, en zij werden ook nauwelijks betrokken bij de samenstelling van de beleidsdocumenten van de EU/ACP-samenwerking, zoals de Nationale en Regionale Indicatieve Programma's.

Dit werd 28-30 juni 2005 in Brussel geconstateerd door vertegenwoordigers van de economische en sociale componenten van de georganiseerde burgersamenleving van Europa en de ACP-landen. Het was de 24ste ACP/EU-bijeenkomst van economische en sociale belangengroepen, georganiseerd door het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC). De EESC organiseert elke twee jaar zo'n bijeenkomst met vertegenwoordigers van economische en sociale belangenorganisaties van ACP-landen, in aanvulling op jaarlijkse regionale seminars.

Er is tot nog toe veel fout gegaan bij de uitvoering van de Cotonou-overeenkomst. Voor de uitdaging van de voortgaande globalisatie van de wereldeconomie wordt onvoldoende het hoofd geboden, met de bekende gevolgen: meer armoede en meer werkloosheid in diverse ACP-landen. Vandaar de extra motivatie om in gezamenlijk overleg naar de oorzaken van het falen te zoeken, en de grote harmonie waarmee oplossingen op tafel werden gelegd.

De bijeenkomst leidde tot een gezamenlijke verklaring, waarmee de economische en sociale belangenorganisatie van de EU/ACP-samenwerking aanbevelingen hebben gedaan met betrekking tot een meer effectieve en efficiënte uitvoering van de Cotonou-overeenkomst; tot succesvolle EPA's ("economic partnership agreements") en tot de identificatie van de grote mondiale problemen die spelen bij de realisering van processen van duurzame ontwikkeling.

Met betrekking tot de Cotonou-overeenkomst werd gesteld dat er te weinig informatie gedeeld werd; dat de non-state-actors zich onvoldoende versterkt hadden; dat zij geen eigen strategie daartoe ontwikkeld hadden; dat zij te weinig geraadpleegd werden bij de totstandkoming van de nationale ontwikkelingsprogramma's, gefinancierd door de Europese Commissie; dat zij vaak in onwetendheid gelaten werden omtrent hoe zij de beschikbare fondsen konden aanspreken en dat er te weinig onderlinge dialoog tot stand is gekomen. Op elk van deze punten zijn aanbevelingen geformuleerd die herhaling van het falen moeten voorkomen.

De onderhandelingen over de EPA's werden verwelkomd, vooral als deze voortaan onder duidelijke sociale condities voortgang zullen vinden. Ook hier gold weer dat de economische en sociale belangengroepen te weinig geïnformeerd worden, en dat zij nauwelijks geraadpleegd worden bij de formulering van de belangen die in de onderhandelingen worden gebracht. De verklaring onderstreepte nogmaals dat handelsliberalisatie niet het doel is waar het om gaat, maar een instrument voor de bevordering van duurzame ontwikkeling, de vestiging van de regionale markt en de uitroeiing van armoede.

Suriname was op deze bijeenkomst vertegenwoordigd door ir. Marcel Meyer als lid van het EU/ACP Follow-Up Committee, waartoe hij voorgesteld was door de Internationale Organisatie van Werkgevers. Hij sprak van een opmerkelijke harmonie van denken bij alle participanten en van een opvallende solidariteit die onderling betoond werd. Ieder leek voor zichzelf de hand in eigen boezem te steken: we moeten ons eerst zelf sterk maken, en onszelf meer bewust ordenen om als partner in het onderling overleg van non-state actors en met de overheid bewuster eigen en gemeenschappelijke belangen te kunnen behartigen.

In dat onderlinge overleg bestond weinig verschil van mening omtrent gezamenlijke problemen en de respectieve prioriteiten ervan. Het zijn targets van elk effectief nationaal ontwikkelingsprogramma. Als zodanig werden in de verklaring de volgende opgesomd: duurzame rurale ontwikkeling; duurzaam eco-toerisme; bedreiging door de mondiale klimaatverandering; de noodzaak van duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de uitdaging van HIV/Aids, malaria en tbc; het belang van onderwijs en de ontwikkeling van human resources, en ten slotte de erkenning van de gelijkwaardigheid van man en vrouw.

Met deze verklaring worden in feite de contouren getekend van elk regeerprogramma dat in deze tijd geschreven wordt om de grote problemen waar de moderne samenleving voor staat het hoofd te kunnen bieden. Voor zo'n regeerprogramma worden door de EU fondsen beschikbaar gesteld. Nu effectiever en efficiënter dan tot nog toe.

De heer Meyer ging hier op 1 juli jl. in een aparte bijdrage voor een vergadering van het ACP Political Affairs Subcommittee (ambassadeursniveau) meer gedetailleerd op in. Zijn inleiding daar luidde: "The Involvement of Non-State Actors in the Implementation of the Cotonou Partnership Agreement; The Experience of the Employers from the Caribbean Region" .

 

Bron/Copyright:

Niba

,16-07-2005

WWW.NICKERIE.NET

E-mail: info@nickerie.net

Copyright © 2005. All rights reserved.

Designed by Galactica's Graphics